Haastrecht

Haastrecht is een plaats met stadsrechten. Het is de meest noordelijke plaats in de Krimpenerwaard.

Op 1 januari 1985 werd Haastrecht samengevoegd met de kernen Vlist en Stolwijk.
Buurtschappen die tot Haastrecht behoorden zijn Beneden Haastrecht, Boven Haastrecht, Goudseweg of Bilwijk, Rozendaal, Stein en Stolwijkersluis, Op 1 januari 2015 ging de gemeente op in de gemeente Krimpenerwaard.

Het aantal inwoners telt in 2015 4.058.

De historische naam van Haastrecht is Havekesdrecht. In 1108 werd hier voor het eerst melding van gemaakt. Haastrecht ontstond rond 1100 op de plaats waar het veenriviertje de Vlist uitmondt in de Hollandsche IJssel.

De naam Haastrecht zou verwijzen naar "kreek van de havik" of naar de persoonsnaam "haveke" gecombineerd met "drecht" (veer/vaarwater).

Een volksetymologie over het ontstaan van de naam Haastrecht gaat ervanuit dat het komt uit een samenvoeging van "haastig recht". In Haastrecht mocht rechtgesproken worden en ze had een galg om de misdadigers te veroordelen. Het industriegebied in Haastrecht, waar de galg heeft gestaan, heet dan ook Galgoord.

Een belangrijke scheepvaartroute was via de Vlist naar de Hollandse IJssel. In Haastrecht bevond zich de sluis die beide rivieren met elkaar verbond. Deze sluis is later door Dordrecht vernietigd, vanwege concurrentie bij de innamen door tol van de scheepvaart.
Van 1883 tot 1907 liep de tramlijn Gouda - Oudewater langs het dorp (12 km). Het voormalige tramstation is nu een café.

Vanaf de twaalfde eeuw was het gebied in handen van de bisschop van Utrecht. Later viel het onder gezag van de graven van Holland die het lieten besturen door leenheren. De bekendste hiervan is Jan Van Arkel, die in de veertiende eeuw een kasteel liet bouwen waarvan in 1963 de resten zijn teruggevonden.
Op grond van de ligging heeft Haastrecht in 1396 stadsrechten gekregen.

Het is niet precies bekend wanneer Haastrecht haar stadsrechten heeft gekregen. Bronnen melden dat Haastrecht in 1397 van Hertog Albrecht van Beieren het privilege van tolvrijheid heeft gekregen. In 1515 besloot het Gerechtshof dat Haastrecht gerechtigd was binnen haar grenzen eigen rechtspraak te plegen. Daarmee werd het stadsrecht van Haastrecht min of meer bevestigd. Formele stadsrechten zijn echter nimmer verleend. Rond 2005 vond men een ouder document uit 1301, er zat een zegel op van de schepenen van Haastrecht. Omdat alleen steden schepenen hadden was Haastrecht dus al voor 1301 een stad.

Haastrecht is een lange tijd door de familie Bisdom van Vliet bestuurd. Het oude huis van de familie is tegenwoordig een museum. De laatste van de familie was Paulina Bisdom van Vliet, die het gemeenschapshuis Concordia heeft gesticht. Men gaat ervanuit dat de ligging van dit gemeenschapshuis zo door haar bepaald is dat ze vanuit haar huis de Rooms-Katholieke kerk in Haastrecht niet meer kon zien.
Het woonhuis is uniek door de authentieke interieurs uit het laatste kwart van de negentiende eeuw. De sfeer wordt bepaald door de weelde en smaak van het fin de siècle. Het is de wereld van Paulina Bisdom van Vliet (1840-1923), de laatste telg van een oude regentenfamilie. 

Tegenover het museum ligt de Overtuin. Deze is zeker een bezoek waard.

De Hooge Boezem neemt een zeer speciale plek in, in de bemalingsgeschiedenis van Nederland. Het huidige slagenlandschap van de Krimpener- en Lopikerwaard is nu zo’n duizend jaar oud, maar om er te kunnen blijven leven en wonen moest steeds in de waterhuishouding worden ingegrepen. De molens die er gebouwd werden behoorden tot de eerste van Nederland en het systeem van tweetrapsbemaling met een dubbel boezemsysteem (het riviertje de Vlist en een wat hoger gelegen stuk land omringd door kades) was uniek in Nederland. Niet voor niets sprak dijkgraaf Van Nooten, de man die bestuurlijk verantwoordelijk was voor de oprichting van een hulpstoomgemaal, bij de opening in 1872 de legendarische woorden: ‘Streven naar vooruitgang is ieders pligt’.

Het later voor de afwatering van de Lopikerwaard en de Krimpenerwaard op de IJssel noodzakelijke (stoom)gemaalcomplex is na uit gebruik te zijn genomen in 1992 een Rijksmonument geworden. Het is nu ingericht als het Poldermuseum De Hooge Boezem en dagelijks te bezoeken. In het pomphuis zijn originele machines en installaties aanwezig. Tevens is er een diapresentatie en een permanente tentoonstelling over de ontstaansgeschiedenis van het Waterschap te bekijken waarbij de bezoeker een uitstekende indruk krijgt van de kwetsbaarheid van Nederland door de eeuwen heen, de gevaren die op de loer liggen en de maatregelen die zijn getroffen en de bemalingsgeschiedenis.

In 2014 is het waterbergingsgebied in ere hersteld en weer voor wateropvang geschikt gemaakt samen met de onlangs opgeknapte zesde boezemmolen.
Het gebied heeft als doel om in tijden van zeer hoog water op de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel een grote hoeveelheid water te bergen. Maximaal maar liefst 73.000 m³ en naar verwachting zal dit eens in de vijf jaar van toepassing zijn.

Aan de Hollandse IJssel richting Gouda bevond zich het klooster te Stein waarin Desiderius Erasmus enige jaren woonde. Nu staat hier een boerderij.

Aan de IJssel in de richting van Oudewater staat sinds 1922 het klooster van Sint Gabriël van de paters Passionisten.

  • cadeaubonwebsite
  • SchoonhovenApp
  • Bonte Varken
  • Kaasboerderij Hoogerwaard
  • Rabobank