Lekkerkerk

Op 1 januari 1985 werd Lekkerkerk samen met de gemeente Krimpen aan de Lek opgenomen in de gemeente Nederlek. Op 1 januari 2015 ging de gemeente op in de gemeente Krimpenerwaard.

De plaats Lekkerkerk heeft in 2015 7.693 inwoners. De nabij Lekkerkerk gelegen buurtschappen Opperduit en Schuwacht telden in 2012 respectievelijk 525 en 410 inwoners.

De Lekkerkerkers worden ook “klokkendieven” genoemd, omdat zij lang geleden een klok uit de toren van een naburig dorp zouden hebben gestolen. Een andere bijnaam zou “aalscholvers“ zijn, 'naar de naam van de plaatselijke eendenkooi' (Groot Schimpnamenboek van Dirk van der Heide (1988)).

Aanvankelijk was de naam van het dorp en zijn omgeving Leckelant. Vanaf de tijd dat aan de overzijde van de Lek Nieuw Leckelant tot ontwikkeling kwam en er een dorpskom rond de nieuwe kerk ontstond wordt gesproken over Leckerkercke (voor het eerst in 1276). Al voor 1342 behoorden Lekkerkerk en Zuidbroek tot de hoge heerlijkheid van de Lek waar ook de beide Krimpens (Krimpen aan de Lek en Krimpen aan den IJssel), Stormpolder, Ouderkerk aan den IJssel als lage heerlijkheden (of ambachtsheerlijkheden) onder vielen.
Vanaf 1900 vond eigenlijk pas de eerste wezenlijke vergroting van het dorp plaats. Na 1950 is de groei nog sneller gegaan. Vooral na de opening van de Algerabrug bij Krimpen aan den IJssel wordt de Krimpenerwaard een geliefd woongebied voor velen die in Rotterdam hun werk hebben. Het dorp breidt zich dan vooral ten westen van de Kerkweg uit.

Het bijzondere van Lekkerkerk is dat het een grote oppervlakte heeft met grotendeels landbouwgronden en daarnaast als langgerekt dijkdorp sterk op de rivier is georiënteerd.

De buurtschappen Opperduit en Schuwacht kenmerken zich door lintbebouwing en in de polders Den Hoek en Schuwagt met De Loet is wat verspreide bebouwing langs kaden en waterlopen te vinden.
Langs de Lekdijk vindt men fraaie 17e-, 18e- en 19e-eeuwse boerderijen, vooral in Opperduit.

De kenmerkende bestaansmogelijkheden van Lekkerkerk zijn eeuwenlang de landbouw, de visserij op de Lek, de scheepvaart en de scheepsbouw geweest.
De vissers visten op zalm, elft en steur. Vanaf wanneer de zalmvisserij op de Lek van betekenis is, is onduidelijk. In de 18e eeuw was ze echter al geruime tijd van belang.

Als gevolg van de visserij ontstonden er een hout- en scheepsindustrie, onder andere bij Opperduit. De scheepsbouw leidde onder andere tot de vestiging van touwslagerijen. De touwslagerij is ten nauwste verbonden met de teelt van hennep, of zoals men in Lekkerkerk zegt: de 'kennip'. Op vrij grote schaal is in de Krimpenerwaard al sinds circa 1600 hennep geteeld. De bloeiperiode ligt in de Gouden Eeuw, die een grote behoefte aan hennepproducten voor de machtige vloten met zich bracht. Na de eerste helft van de achttiende eeuw gingen de hennepprijzen zakken door concurrentie uit de Oostzeelanden. Desondanks werd de teelt voortgezet en zelfs uitgebreid om aan de risico's van de veehouderij ten gevolge van de runderpest te ontkomen. De hogere ligging van de polder Schuwagt maakte deze beter geschikt voor de hennepteelt dan de lagere polder den Hoek, waar men zich eerder op de veehouderij moest toeleggen bij gebrek aan andere mogelijkheden.
Voor het verbouwen van hennep (een ruim 2 meter hoge plant) werden vrij kleine, relatief hooggelegen akkers aangelegd, omzoomd door knotbomen voor windvang en het drogen van de planten. Deze hennepakkers waren meestal dicht bij de boerderijen gelegen, omdat ze sterk bemest moesten worden.
De hennepteelt heeft het beeld van de landbouw in de waard tot ver in de 20e eeuw beheerst. Nog omstreeks 1930 bestond de omgeving van Opperduit bijna alleen maar uit hennepakkers. De hoge en vruchtbare grond rond de Bakkerswaal was dan ook uitstekend geschikt voor de hennepteelt.

Touwslagerij:

De vezels van de hennepplanten werden gesponnen tot garens, die op hun beurt ineen werden gedraaid tot dun touw. Dit werk vond plaats op lijnbanen, lange stroken land waar de garens en touwen over grote lengte konden worden gespannen. Door het dunne touw ineen te draaien werden steeds sterkere en dikkere touwen gemaakt. De mensen die dit werk deden, stonden bekend als touwslager. Het ‘slaan’ verwijst naar het draaien van de touwen. De haken waar de touwen aan vast zaten, maakten een ‘slag in de rondte’; een hele draai.
Een van de bekendste touwbanen in de Krimpenerwaard was de touwbaan van de familie Roest in Lekkerkerk.

Voor het overige was het accent, onder meer vanwege de voortgaande maaivelddaling, steeds meer op de veeteelt komen te liggen. Thans is vrijwel de gehele Krimpenerwaard in gebruik als grasland.

Na 1900 werden de scheepswerven uitgebreid voor de binnenvaart, maar ook voor zeeschepen (Fa. van Duijvendijk).
Er ontstond ook enige buitendijkse industrie.

Op Lekkerkerks grondgebied bevindt zich het natuurreservaat De Bakkerswaal, waar onder meer een eendenkooi te bezichtigen is. Eigenaar is Het Zuid-Hollands Landschap. De waal (een diep gat) is waarschijnlijk ontstaan tijdens de Sint-Elisabethsvloed in 1421. Later werd er de grootste eendenkooi in de Krimpenerwaard aangelegd. Voor de Tweede Wereldoorlog was De Bakkerswaal beroemd om de kolonie aalscholvers (of schollevaars, zoals ze toen genoemd werden). In 1941 verdween de kolonie, die op haar hoogtepunt ongeveer 1500 nesten telde.

Bij Berkenwoude, aan het veenriviertje de Loet, in het Groene Hart van Zuid-Holland ligt het Loetbos. Met de kano kan de Loetroute (22 km lang) worden gevolgd.

Jarenlang heeft in Lekkerkerk een herberg gestaan, met de naam “De Grote Boer”. Hier hing het levensgrote schilderij van de man die in de zeventiende eeuw met zijn 2.59 m de grootste mens was die ooit in Holland was geboren. Zijn naam was Gerrit Bastiaanszoon de Hals. Gerrit was niet alleen boer maar ook zalmvisser. Hij was ook de assistent van de schout ook al kon hij niet lezen of schrijven. Vele eeuwen later deed professor van Limborgh onderzoek naar de resten van Gerrits skelet en bleek dat hij wel groot was maar dat dit 2,16m lang moet zijn geweest. Hij had wel bijzonder grote handen en voeten.

Klompenmakerij:

In het vochtige Holland waren klompen eeuwenlang het meest populaire soort schoeisel. Klompen werden niet alleen gedragen op het platteland; ook ambachtslieden uit de steden droegen vaak klompen om hun voeten tijdens het werk te beschermen. In Lekkerkerk zijn de traditionele klompen nauw verbonden met de familie Van Zwienen. Al sinds 1720 zijn de klompen van Van Zwienen een begrip in het dorp. De klompen hebben zelfs een eigen motief: okergeel met oranjerood. Klompen komen in vele soorten en maten. Winterklompen worden bijvoorbeeld uit wilgenhout gemaakt, en zomerklompen uit populierenhout. Boomstronken worden eerst in blokken gezaagd en daarna uitgeboord. Dat is iets wat ook vandaag de dag nog vaak met de hand wordt gecontroleerd. De afwerking van de klompen kostte vooral veel tijd. Tegenwoordig gaat dat met schuurpapier en machines een stuk eenvoudiger.

Gifschandaal.

In de jaren 1980 en 1981 haalde Lekkerkerk de landelijke pers, nadat geconstateerd werd dat de grond onder de nieuwbouwwijk ten westen van de Kerkweg enorm vervuild bleek. De kosten voor het verwijderen van deze bodemverontreiniging beliepen uiteindelijk 188 miljoen gulden. De operatie werd door de burgemeester Hans Ouwerkerk in goede banen geleid. Pas in januari 2008 kwam de affaire tot een einde. De Staat en de Gemeente Nederlek hebben die maand een vaststellingsovereenkomst gesloten met de bedrijven die betrokken waren bij het veroorzaken van de bodemverontreiniging. Op basis van de schikking betalen de twee betrokken bedrijven ieder een miljoen euro. De gemeente Nederlek ontving hiervan een half miljoen euro.

  • cadeaubonwebsite
  • SchoonhovenApp
  • Bonte Varken
  • Kaasboerderij Hoogerwaard
  • Rabobank